Civil Care staat voor een mensgerichte, respectvolle, niet veroordelende en transparante grondhouding met een focus op (on)veiligheid. Hierbij gaan we uit van gelijkwaardigheid en het gebruiken van elkaars expertise.
Onze grondhouding sluit aan bij het handelingskader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en bestaat uit:
1. Respectvol omgaan met de ongelijke positie van het huishouden ten opzichte van professionals. Betrokken volwassenen en/of kinderen hebben regie over hun eigen leven en keuzes die ze daarin maken. Professionals sluiten maximaal aan op hun verhaal en activeren waar nodig in het dagelijks leven. Zij investeren in een gelijkwaardige werkrelatie met de betrokken volwassenen en/of kinderen op basis van vrijwilligheid. Ze toetsen steeds bij zichzelf, de betrokken volwassenen en/of kinderen en collega's of en hoe ze nog in samenwerking zijn met de betrokken volwassenen en/of kinderen. Professionals zijn zich daarbij bewust van de ongelijke positie en laten de ander de regie behouden, zoveel als mogelijk en gewenst. Professionals kunnen overgaan tot de inzet van bevoegdheden en/of maatregelen, als blijkt dat het onveilige gedrag in (afhankelijkheids)relaties niet stopt of steeds opnieuw plaatsvindt. De professional houdt zich ook dan aan alle punten van de grondhouding en stelt altijd de vraag of ingrijpen schadelijker is dan niet ingrijpen.
2. Onderzoekend en nieuwsgierig zijn. Professionals zien en waarderen alle betrokkenen en hebben aandacht voor het versterken van de kwaliteit van de relaties. Als zij onveilig gedrag in (afhankelijkheids)relaties vermoeden, vragen zij dit concreet uit bij alle betrokkenen. Daarmee schetsen ze een zo compleet mogelijk en gezamenlijk beeld. Dit gebeurt met begrip voor ieders perspectief. Er wordt onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen.
3. Verbindend zijn. Professionals die betrokken zijn bij betrokken volwassenen en/of kinderen uit een huishouden werken nauw met elkaar samen voor de betrokken volwassenen en/of kinderen en voor anderen die voor hen belangrijk zijn. Er is respect voor elkaars vakkennis en voor meerdere perspectieven. Zij vormen samen een team met en rond de betrokken volwassenen en/of kinderen.
4. Transparant/open en navolgbaar zijn. Professionals zijn altijd open over hun handelen: met informatie, uitleg over de resultaten waar naartoe gewerkt wordt, waarom ze bepaalde vragen stellen of beoogde stappen zetten. En over de manier van werken en samenwerken, met duidelijkheid over ieders rol en bevoegdheid. Deze openheid is er vanaf het eerste contact. Een mogelijke overgang naar het voorbereiden of inzetten van overheidsmaatregelen wordt altijd gemarkeerd en is duidelijk. Professionals zijn telkens weer duidelijk over welke vrijwilligheid en keuzevrijheid er is.
5. Vasthoudend en activistisch zijn. Dit vak vraagt vasthoudendheid en daadkrachtig: vasthoudendheid om bij het huishouden te blijven. Zaken zijn ook niet een-twee-drie opgelost en niet alles is maakbaar. Activisme om de onderliggende problemen te agenderen, om ingepast te zijn in de buurt/wijk waar je werkt. Om daar mee vorm te geven aan gemeenschapskracht en specifieke problemen op huishouden- of wijkniveau. Om te signaleren en agenderen. Ook structurele, hardnekkige problemen worden gesignaleerd en geagendeerd op beleidsmatig en bestuurlijk niveau.
6. Er steeds bewust van zijn dat je het ook verkeerd kunt hebben. Het is vanzelfsprekend om te reflecteren op eigen waarden, normen en werkwijze, competentie en gekozen route. Om open te staan voor meerdere perspectieven en manieren om het doel te bereiken. Als blijkt dat het anders is of uitpakt dan gedacht, erkennen we dit.
7. Kritische vragen kunnen stellen en grenzen kunnen aangeven. Het betekent op een respectvolle manier kunnen doorvragen, zodat er een volledig beeld ontstaat vanuit de verschillende perspectieven. De eigen grenzen kunnen aangeven en de grenzen van de eigen deskundigheid kennen. Weten wanneer er aanvullende vakkennis nodig is. Altijd wordt de vraag gesteld of de hulp geen schade toebrengt, bijvoorbeeld omdat de toegang tot deze hulp te lang op zich laat wachten. Of de lastige afweging of ingrijpen schadelijker is dan niet ingrijpen.